Bijna iedereen heeft het zich wel eens voorgesteld: de wereld vergaat. Nou ja, bijna dan. De enige overlevenden zijn jij en je vrienden of vriendinnen. Wat zouden jullie doen, en hoe zouden jullie in leven blijven?
Dit is aflevering 6 van het vervolgverhaal APOCALYPSE. Het verhaal heeft ook een eigen website, waar je alle voorgaande afleveringen en overzichten van de hoofdpersonen kunt bekijken! Het adres? ON.TO.APOCALYPSE
Bij de afgraving moest van tijd tot tijd gepauzeerd worden. Niet alleen omdat het zwaar werk was in de vochtige atmosfeer, maar ook omdat de stank an rottende lichamen bijna omverdraaglijk was. "We moeten geen dag langer in deze stad blijven dan nodig is, anders hebben we veel meer zieken dan we kunnen gebruiken," fluisterde Tjytske tegen Vasco. Deze hoorde haar niet, want hij had juist een hol ontdekt, waardoor de onderste verdieping van een huis toegankelijk werd. Het was er aardedonker, maar Vasco en Joris waagden zich naarbinnen. Het instrortingsgevaar was natuurlijk groot, maar de kans was nog veel groter dat ze in die bedolven doch ongeschonden verdieping veel bruikbare zaken zouden kunnen vinden.

die ze naar buiten brachten deden Tjytske op haar knieën vallen. "Er moet iemand zijn die om ons geeft," dacht ze gelukkig. Buiten het huis stapelden zich de bruikbare zaken op: Joris was op een studentenkeuken gestuit en bracht vele pannen, kommen en bestek naar buiten. Er zat zelfs een heel kruidenrek bij, wat Vasco (een raskok) deed kwijlen van geluk. Vasco zelf drong een huiskamer binnen en vond een ehbo-trommeltje (halfleeg, maar het bevatte toch wat verband, jodium, pleisters en para's), twee slaapzakken en een rugzak, veel kleding en dekens, plastic bekertjes, en simpele zaken als een bol touw, wat messen, lijn en een schaar. Het laatste wat Joris mee naar buiten bracht was een stel schriften en half gebruikte ballpoints, waar Thijs hem vast dankbaar voor zou zijn.

Thijs was echter ergens anders. Aangezien ze net buiten de grachtengordel zaten poogde hij met wat knokploegleden een weg te vinden naar… de Perry Sport-zaak. "Het klinkt misschien stom, maar in die winkel stikt het werkelijk van de survival-spullen. Laten we nu snel zijn, want misschien zijn er meer overlevenden op dat idee gekomen." Thijs idee wekte veel enthousiasme bij de andere teamleden. Van de knokploeg vergezelden Kuub, Stefano en Raaf hem, en ook Ying Ying en Boy gingen mee. Het zestal bereikte de Perry Sport zonder veel moeite, maar het gebouw bleek half ingestort. "Ik blijf dit zien als een botte plundering," zei raaf beschaamd tegen Kuub, die net een grote balk opzij schoof. "Ach, er is nu echt niemand meer om ons op de vingers te tikken," zei Kuub in alle ernst. "We zullen nog wel even moeten wennen aan het feit dat we onze eigen wetten maken of breken." Hij zuchtte. In de verste verte was niemand te bekenne. "Ik heb echt het gevoel dat we alleen op de wereld zijn…." Mompelde hij. "Schiet nou maaar op joh, denken mag je later doen!" Met veel gekletter sloeg Raaf een glazen toegangsdeur in – een alarm was er niet.

"This must be our lucky day…" stamelde Thijs toen ze binnen stonden. In het halfduister stonden rijen tenten uitgestald, in een hoek stonden vele rugzakken, gasflessen, instant voedselpaketten, winterjacks, bergschoenen. "Een Mekka" fluisterde Ying Ying in zijn oor. "We zijn gered!" Op dat moment trok een geluid bij de ingang hun aandacht. Bij de ingang verschoof een stuk ijzer. Raaf, Kuub en Stefano hielden hun wapens gereed en liepen naar de ingang. In het avondlicht stond een groep van zes personen. Drie mannen van rond de veertig, en drie vrouwen. Twee van hen waren stevig vastgebonden en konden alleen maar lopen. Hun monden waren afgeplakt. Het was duidelijk dat ze nog heel jong waren, bijna meisjes nog. De derde vrouw was zelf ook in de veertig, en staarde afgemat naar de grond. "Is er nog wat te vinden in die zaak?" vroeg een van de mannen. "Wij waren hier eerder dan jullie en hebben de zaak zelf vrijgegraven," zei Thijs onzeker. "Laat ons nemen wat we willen, dan zijn jullie aan de beurt." Een van de mannen stapte nu naar voren. Hij was kaal en had een bierbuik, maar was stevig gebouwd. "Jullie zijn nog kinderen!" schampte de man. "Laat eerst de volwassenen beslissen jochie." Ferm deed hij een stap naar voren. Kuub en Raaf deden als eerste een stap naar voren. "Dat zou ik maar niet zo hard zeggen," antwoordde Raaf krachtig. "Wie zijn er nu volwassen? Jullie hebben daar zelf twee kinderen vastgebonden!" – "Wie verbiedt ons dat? We mogen met die kinders doen wat we zelf willen, ja?" snauwde een andere man. "Dat zal best, maar jullie komen er niet in. Over ons lijk" bromde Kuub grimmig.

De man grijnsde zijn gele tanden bloot. "Misschien moet dat wel, ja". Ineens stormde hij naar voren. Vanachter zijn rug flitste een ijzeren ketting, en bliksemsnel slingerde hij deze naar Kuub. Deze hief zijn ijzeren staaf, en de ketting klapte daaromheen. Met een ruk slingerde de man de staaf nu uit Kuubs handen, maar voordat hij zich had hersteld beukte Raaf zijn knuppel al in zijn zijde. De man sloeg kreunend dubbel en rolde van de heuvel af, terug naar zijn gezelschap. Stefano nam de plaats van Kuub snel in. "Nog iemand?" vroeg hij triomfantelijk. Zijn ogen glommen van de adrenaline. In het halfduister van de winkel zat Kuub de trillen van de aanslag. "Dat zijn geen grappige jongens," mompelde hij. "Die staaf heeft je het leven gered;" beaamde Ying Ying. " We moeten wachten totdat ze weg gaan of totdat we worden ontzet door de rest van de groep".